Vitaliteit
Leestijd
8 min

Pieter van den Hoogenband: ‘Wie alleen maar hard werkt, presteert niet top’

Hoe creëer je de perfecte omgeving om in te presteren? Met die vraag houdt Olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband zich bezig, ook nu nog na zijn sportcarrière. ‘Op de werkvloer moet je net zo goed een balans vinden in meters maken en rust.’

Pieter van den Hoogenband was als topzwemmer al erg gefocust op de ideale omgeving om in te presteren. Hij probeerde net een stapje verder te gaan dan concurrenten. Voor Sydney (2000) stelde hij een team samen van specialisten onder wie een voedingsdeskundige, een fysiotherapeut, een krachttrainer en een dokter. Met zijn trainer Jacco Verhaeren ging hij na welke trainingsmethodes, voeding en materialen over tien jaar gebruikt zouden worden, om die innovaties vervolgens zelf toe te passen.

De vraag onder welke omstandigheden je het best presteert houdt hem ook na zijn zwemcarrière nog steeds bezig. Hij heeft het als zijn missie opgevat om bij te dragen aan vitaliteit in Nederlandse organisaties en als chef de mission van Team NL tijdens de Olympische Spelen van Tokio is hij verantwoordelijk voor de prestatieomgeving. Als je vitaal wilt zijn en goed wilt presteren, komt het volgens Van den Hoogenband aan op balans. ‘Je moet bewust leven en juiste keuzes maken, maar daarin niet doorschieten.’

Was je zelf in balans toen je stopte met topsport?
‘Die balans moest ik terugvinden. Het is mij met de paplepel ingegoten dat ik een plan moet maken om bepaalde doelen te halen. Dat is alleen best lastig als je geen topsporter meer bent en vader van vier kinderen. Die schoppen je schema in de war. Ik moest een nieuwe manier van leven ontwikkelen waarbij ik mij weer happy voelde.’

Wist je wat voor werk je wilde doen toen je stopte als sporter?
‘Niet goed. In 2008 had ik veertien studiepuntjes geneeskunde en een cv van helemaal niets. Ik besloot in gesprek te gaan met mensen in mijn netwerk over hoe ik mijzelf opnieuw kon uitvinden. Zo kwam ik erachter dat ik met mijn kennis over presteren en vitaliteit iets zou kunnen betekenen voor organisaties. Zij zijn steeds meer bezig met dit thema.’

Je keuze voor vitaliteit was goed getimed. Het thema is in tien jaar enorm in opmars gekomen.
‘Nadenken en praten over het effect van voeding, beweging en ontspanning op prestaties en welbevinden is veel normaler nu. Je ziet dat denken ineens overal: niet alleen in de sport, maar ook in organisaties en op scholen. Kinderen leren hier veel meer over dan wij vroeger, en spreken hun ouders erop aan. Ik denk dat dit komt omdat de kennis over vitaliteit is toegenomen.’

Hoe groot is het verschil in kennis over vitaliteit vergeleken met 20 jaar geleden?
‘In het begin van mijn zwemcarrière waren er topatleten die niet helemaal afgetraind waren. Ze dronken mierzoete suikerdrankjes om te herstellen of aten veel pasta om koolhydraten te stapelen. Dat komt niet meer voor bij de huidige generatie topsporters. De wetenschappelijke inzichten over effecten van voeding en beweging op presteren zijn vele malen beter.’

Je ziet nu dat wielerploegen elke portie voeding exact meten met maatbekers.
‘Je moet wel uitkijken dat je daarin niet doorslaat. Dan kan het een obsessie worden. En als je geobsedeerd bent, dan kun je gestrest raken. Zelf sloeg ik ook weleens door. Bijvoorbeeld in het nemen van rust. Na een enorme inspanning wilde ik intensief slapen, supercompenseren. Maar zodra je te veel op iets focust, dan lukt het niet. Dan denk je voortdurend ‘ik moet nu slapen’ en dat werkt averechts. Ik sliep juist steeds minder, wat leidde tot piekeren over of ik bij de volgende wedstrijd wel goed kon presteren.’

Hoe loste je dat op?
‘Door me te houden aan een protocol voor goed slapen: geen slaappillen, je dag goed afbouwen, rondje lopen, uitkijken met zoet en zout, je kamer in de juiste conditie brengen en je kop goed leegmaken voordat je gaat liggen.’

Balans betekent ook dat je niet alleen hard, maar ook slim moet werken, zeg jij op je eigen website.
‘Dat heb ik geleerd tijdens trainingskampen in de Verenigde Staten. Ik was daar eerst onder de indruk van sporters die alleen maar aan het rammen waren: meer, meer, meer. Maar later begreep ik dat het onverstandig is om te veel te trainen. Jacco Verhaeren en ik ontwikkelden een trainingsaanpak waarbij we meer effect sorteerden met minder meters.’

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond bedrijf?