Verzuim
Leestijd
4 min.

Medewerker met hersenletsel? Zorg voor een goede re-integratie

Volgens cijfers van het RIVM leven 645.900 mensen in Nederland met de gevolgen van NAH, oftewel: niet aangeboren hersenletsel. Heeft een medewerker binnen uw bedrijf een beroerte, hersenschudding of tia gehad? Zo gaat u er goed mee om volgens Jasmijn Vollering, NAH-expert en werkzaam bij de Hersenstichting.

Welke vormen van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) komen vaak voor? 

‘De meeste oorzaken zijn: beroerte, traumatisch hersenletsel (hersenschudding of- kneuzing door bijvoorbeeld een ongeluk) of een tia. Ouderen, mensen van 65+, krijgen over het algemeen het meest te maken met NAH na een beroerte. Toch komt het onder jongeren ook voor. Bij deze groep zie je meer traumatisch hersenletsel. Jongeren zijn over het algemeen toch wat impulsiever, bijvoorbeeld in het verkeer, met een hersenkneuzing of -schudding tot gevolg. Een hersenschudding wordt vaak onderschat. Niet voor niets is er in de media veel te doen rondom dit onderwerp. Mensen denken vaak: een beetje rust en dan ben ik er wel. Maar onderzoek toont aan dat daar ook restklachten aan kunnen zitten, zeker als je niet goed herstelt van dit type trauma.’ 

Welke restklachten houden mensen over aan NAH? 

‘De klachten die mensen overhouden aan het hersenletsel zijn lichamelijk, psychisch én cognitief. Bij een beroerte kunnen bepaalde lichaamsfuncties uitvallen, deze worden vaak als eerste met revalidatie aangepakt. Daarnaast kunnen mensen last krijgen van psychische problemen. Sommige mensen hebben de dood in de ogen gekeken en dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Op cognitief gebied hebben mensen met hersenletsel vaak nog last van symptomen als extreme vermoeidheid, aandachtsproblemen en overgevoeligheid voor prikkels zoals licht en geluid. Omdat je het aan de buitenkant niet kunt zien, worden dit ook wel de onzichtbare gevolgen genoemd. Dit zorgt er helaas voor dat er vaak weinig begrip is voor mensen die na hersenletsel weer terugkeren op de werkvloer.’

Wat kun je, naast begrip tonen, doen voor een succesvolle re-integratie?

‘Allereerst is het belangrijk om je als werkgever goed in te lezen en te weten wat het hersenletsel inhoudt. Medewerkers willen graag weer snel weer “normaal” aan het werk in hun oude functie, maar daarvoor is rustig opbouwen juist heel belangrijk. Het is zowel aan de werkgever als aan de medewerker om de juiste balans te vinden. Gebeurt dit niet, dan bestaat de kans dat de medewerker binnen een half jaar weer thuis zit met burn-out-verschijnselen, die te wijten zijn aan het opgelopen hersenletsel. Verder is het goed om te weten dat schermen niet bevorderlijk zijn voor het herstel bij NAH. Daarom is het van belang om de schermtijd rustig op te bouwen: begin met een paar uurtjes per dag. Vervang de online meetings voor telefonische besprekingen. Ook is het goed om de medewerker één taak te geven. Want ook multitasken vraagt veel van de hersenen.’


Jasmijn Vollering, NAH-expert, Hersenstichting

Wat moet je als werkgever nog meer weten?

‘Slechts 40% van mensen die hersenletsel heeft opgelopen, keert binnen twee jaar terug in de oude functie. Dat is best weinig. Dit komt met name omdat een succesvolle re-integratie echt tijd, aandacht en flexibiliteit vergt. Hersenletsel kan ervoor zorgen dat iemand écht anders is. Voorheen had die ene collega een engelengeduld, nu een kort lontje. Een medewerker met hersenletsel, door bijvoorbeeld een beroerte, moet zichzelf weer opnieuw leren kennen. En op zoek gaan naar wat bij hem- of haarzelf past. Vaak past het oude niet meer en is die zoektocht naar wat wel past lastig. Een jobcoach met kennis van hersenletsel kan helpen bij deze zoektocht en de werkgever adviseren over wat de medewerker wel en niet meer kan. Daarnaast is het belangrijk om directe en indirecte collega’s goed te informeren over wat NAH precies inhoudt en over wat de “gebruiksaanwijzing” van de terugkerende collega is, zodat er begrip en steun ontstaat.’

Handig, zo’n jobcoach die helpt. Heb je nog andere tips voor werkgevers? 

‘Jazeker, dat intern informeren kan een jobcoach, HR-specialist of bedrijfsarts doen. Maar dit kan ook een vertrouwenspersoon of buddy zijn. Vaak kost het veel moeite en energie om steeds weer te vertellen wat er nu precies aan de hand is en wat de gevolgen zijn. Het is voor de medewerker heel fijn als iemand op de werkvloer hierin kan ondersteunen. Bovendien is de buddy een luisterend oor en de verbindende link tussen medewerker en werkgever. Daarnaast is het belangrijk dat de bedrijfsarts goed contact houdt met de neuroloog, revalidatiearts en eventueel de neuropsycholoog om goed op de hoogte te zijn van de belastbaarheid van de medewerker. Ook is het fijn als de medewerker kan werken in een rustruimte, zodat er weinig prikkels zijn. Langere- of meerdere pauzes dragen ook bij aan goede re-integratie.’

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond bedrijf?