Verzuim
Leestijd
7 min.

Mantelzorgstress: ‘Trek als werkgever op tijd aan de bel’

1 op de 4 werknemers is in de vrije tijd mantelzorger. Die combinatie is zwaar en verhoogt het risico op ziekteverzuim. Wanneer werknemers om hulp vragen, is het vaak te laat. Om uitval te voorkomen, is het volgens ZorgConsulent Albert Elsendoorn daarom belangrijk dat werkgevers zelf aan de bel trekken.

Welke ondersteuning biedt de ZorgConsulent voor mantelzorgende werknemers? En waarom heeft u daar als werkgever baat bij? We gaan erover in gesprek met ZorgConsulent Albert Elsendoorn.

Wat doet de ZorgConsulent precies?

‘We zorgen dat mensen sneller zorg krijgen. Veel mensen zijn onwetend over de mogelijkheden en uitdagingen binnen de gezondheidszorg. Er zijn een hoop loketten waar je terecht kunt, maar dat maakt het ook onoverzichtelijker. Formulieren invullen, gesprekken houden, vervanging regelen: er komt een hoop bij kijken. Als je in de waan van de zorg zit, denk je daar niet aan. Het is fijn als iemand je daarin begeleidt. Die gratis ondersteuning biedt de ZorgConsulent.’

‘We helpen bijvoorbeeld met het voorbereiden van gesprekken. Een simpele vraag als “hoe woont u eigenlijk?” is belangrijk om te stellen. Misschien is het wel nodig om een bed op de begane grond te plaatsen, omdat een persoon niet meer mag of kan traplopen. Ook helpen we veel mantelzorgers waar het water tot aan de lippen staat. Als zij bellen, is het vijf voor twaalf.’

Waarom zou ik als werkgever contact opnemen met de ZorgConsulent?

‘Werkgevers onderschatten hoeveel medewerkers naast hun baan mantelzorg verlenen. Namelijk 1 op de 4 werknemers. Vaak begint het ’s ochtends met een sneetje brood klaarzetten. Daarna help je een keer met douchen en die taken worden steeds intensiever. Voor je het weet heb je als werknemer om half 9 ’s ochtends al een dagtaak erop zitten. De zorgtaken sluipen er onopvallend in en dan wordt het zwaar.’

© Jerome de Lint

‘Mantelzorgende werknemers hebben dubbele stress. Ze willen hun werk goed doen en hun collega’s niet belasten, maar tegelijkertijd hun dierbare goed verzorgen. Soms loopt de emmer vol en melden mensen zich ziek. Bij mantelzorgers die langdurig zorgen is het ziekteverzuim zelfs twee keer zoveel. Als werkgever wil je mantelzorgende werknemers ondersteunen, zodat hun productiviteit en motivatie stijgt.’

Kunnen werknemers niet zelf contact opnemen?

‘Wanneer ze dat doen, is het meestal te laat. Mensen durven het vaak niet op werk te bespreken. Uit angst om als eerste weggestuurd te worden of omdat mensen hun kans op promotie zo hoog mogelijk willen houden. Er heerst een taboe op. Het is daarom goed als werkgevers zelf ook initiatief nemen. Door het te bespreken, kun je aan oplossingen werken. Maar als je het niet bespreekt, word je geconfronteerd met onverwacht ziekteverzuim.’

‘Ook denken mensen dat ze falen als ze om hulp vragen. “Ik kan toch wel voor mijn eigen partner of kind zorgen?”, hoor ik wel eens. Mensen vergeten dat de zorg jarenlang kan duren. Je raakt daardoor opgebrand en loopt risico op een burn-out. Trek als werkgever daarom zelf aan de bel, zodat mantelzorgers al in het beginstadium kunnen worden ondersteunt. Zo kunnen er voorbereidingen worden getroffen en creëer je meer balans voor een mantelzorger.’

Aan welke mantelzorgondersteuning kunnen we denken?

‘Als mantelzorger heb je met verschillende instanties te maken. Soms is het onduidelijk waar je voor welke ondersteuning terecht kunt. Hoe pak je het aan bij de gemeente? Het is een heidens karwei om daarachter te komen. Als ZorgConsulent bespreek ik de mogelijkheden en informeer ik bijvoorbeeld over de mogelijkheden die de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) biedt.’

‘Zo kun je via de Wmo een traplift laten plaatsen of de douche laten aanpassen. Gemeenten zijn er namelijk verantwoordelijk voor dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente kan deze aanpassingen verzorgen en vergoeden, maar veel mensen weten niet dat ze daar terecht kunnen.’

‘We kunnen de zorg ook ontlasten. Daar zijn allerlei oplossingen voor. Sommige mensen gaan vijf keer per week op bezoek bij hun ouders. Dat kan al snel een grote belasting worden. Een vrijwilliger kan de zorgtaken deels op zich nemen, zodat je niet vijf maar twee dagen zorgt. Of we kunnen via de Wmo dagbesteding voor iemands dierbare regelen, waarbij wordt gezorgd voor een zinvolle invulling van de dag. Denk aan gezamenlijk koffie of thee drinken, boodschappen doen of knutselen.’

‘Respijtzorg is ook mogelijk. De zorgvragende naaste kan dan een aantal dagen in een logeeropvang verblijven, zodat de mantelzorger op adem kan komen. Accepteren om even geen volledige verantwoording voor je partner te hebben, is best wel wat. Deze mantelzorgvervanging is mogelijk, maar mensen weten niet dat het bestaat. Wij informeren mensen daarover en helpen ze bij de aanvraag van verschillende regelingen.’

‘We ondersteunen mensen ook op emotioneel vlak. Mantelzorgers nemen niet graag hulp aan. Zoals ik al zei: mensen zien het als falen. Accepteer de thuiszorg, accepteer dat iemand langskomt om steunkousen aan te trekken, accepteer dat iemand je partner uit bed haalt, zeg ik vaak. Zeker als de zorg nog jarenlang duurt, is het van belang dat mensen hulp aannemen. We hebben al een hoop gehoord, dus we vinden niet gauw wat gek.’

Waarom is het juist nú belangrijk dat werkgevers om ondersteuning vragen?

‘Door de coronacrisis is de reguliere zorg uitgevallen. Dagbesteding is gestopt, thuiszorg en hulp in de huishouding is teruggedraaid. De daardoor (nog) hogere zorgbelasting komt terecht bij de mantelzorger die dan, eventueel samen met buren of familieleden, die de zorgtaken probeert te combineren met een baan. Met als gevolg: meer ziekteverzuim. Daarom is het voor werkgevers extra belangrijk om mantelzorgstress te signaleren en ondersteuning te zoeken. Dat loont voor zowel werknemer als werkgever.’

Zelf reageren



Benieuwd naar meer geheimen van een gezond bedrijf?